‘Van deur tot deur’ als toetssteen voor samenwerking in de spoorsector

De prestaties van de spoorsector worden steeds meer beoordeeld op hun bijdrage aan de vervoerswensen van reizigers. Om de reiziger een aantrekkelijke ‘van deur tot deur’ propositie te kunnen bieden moeten aanbieders en vervoerders vooral sturen op samenwerking in de keten.  Het spoor verzorgt daarbij het collectieve vervoer ‘van station naar station’.  Voor het traject ‘van deur naar station tot deur’ is een naadloze afstemming tussen verschillende vervoerders binnen de OV-keten onontbeerlijk. Stads- en streekvervoerders spelen daarin een belangrijke rol met hun aanbod van bus, tram en metro. Naast deze vormen van collectief vervoer is ook aansluitend individueel vervoer nodig om een aantrekkelijk ‘van deur tot deur’ te kunnen bieden. Traditioneel vervult de taxi deze rol, maar in het afgelopen decennium zijn daar andere vormen van vervoer bijgekomen. De OV-fiets is hét grote succesnummer, recent uitgebreid met elektrische fietsen en scooters. In Rotterdam worden nu ook bij metrostations OV-fietsen geplaatst. Voor eindbestemmingen die verder van het station liggen, is naast de taxi de huur- of deelauto een aantrekkelijk alternatief.

Voor de reis van het eigen adres naar het station zijn goede stallings- en parkeerfaciliteiten essentieel. Met name in de grote steden is een explosieve groei van het fiets-parkeren te zien. De uitbreiding van de voorzieningen houdt de vraag niet bij. Voor meer perifere stations zijn de P+R-terreinen belangrijk in het OV-ketenaanbod. Recent zijn er initiatieven om de bestaande terreinen te moderniseren.

Ondanks alle initiatieven laat de aansluiting tussen de verschillende aanbieders binnen de OV-keten nog veel te wensen over. Veel reizigers krijgen daarom nog steeds niet een goed alternatief voor onnodig gebruik van de auto aangeboden om snel en comfortabel van deur naar deur te komen. De tekortkomingen in de OV-keten hebben niet alleen te maken met aansluitingen, maar ook met aansluitende vervoersbewijzen en abonnementen, tarieven, betaling en reisinformatie.

De OV-keten vraagt om goede samenwerking tussen vervoersbedrijven en ook met en tussen overheden. Naast het ministerie van I&M zijn er momenteel 19 decentrale overheden als opdrachtgever van het regionale openbaar vervoer bij betrokken. Tot voor kort keken de decentrale overheden als opdrachtgever nauwelijks over hun eigen grenzen heen. Dat kon voor burgers die over de concessiegrenzen heen reisden vervelende problemen opleveren. Niet alleen in de vorm van slechte aansluitingen, maar ook bij abonnementen die niet op elkaar aansloten. Zo waren er in 2013 veel klachten over het regionale vervoer in Zuid-Holland, omdat de provincie als concessiehouder van het streekvervoer de doorgaande (ster)abonnementen voor het stads- en spoorvervoer afschafte. Ook het ministerie van I&M zag tot voor kort geen rol voor zichzelf weggelegd voor de afstemming tussen de opdrachtgevers.

Op initiatief van Rover en Urgenda biedt het project ‘Samen op Reis’ nu een platform dat een groot aantal verbeteringen in de keten op gang brengt [1]  ‘Samen op Reis’ is een vrijwillige samenwerking tussen alle betrokkenen. Er zijn 15 concrete pilots benoemd die nu worden gerealiseerd. Een voorbeeld van zo’n pilot is om in de dienstregeling 2015 al het openbaar vervoer in Noord-Nederland op elkaar af te stemmen. Hier zijn 3 vervoerders en 3 provincies bij betrokken. Een andere pilot is om te komen tot een loket waar bedrijven alle OV-diensten kunnen inkopen. Voor de klanten zijn het vaak voor de hand liggende zaken, die echter in de OV-praktijk zeer weerbarstig blijken te zijn om te realiseren.

Samenwerking tussen alle vervoerders en overheden in de OV-keten is nodig om tot een sluitend aanbod te komen. Als één partij zich onttrekt aan de samenwerking dan is de OV-keten niet meer sluitend. Dit betekent dat op onderdelen de samenwerking verplichtend moet zijn. De staatssecretaris van Infrastructuur & Milieu heeft daarom aangekondigd dat voor het OV een Bestuurlijke Structuur met doorzettingsmacht wettelijk zal worden geregeld. De consequentie van de noodzaak tot samenwerking is dat de overheden als opdrachtgever en vervoersbedrijven als opdrachtnemer vrijheden opgeven. Daarmee wordt de decentralisatie en de concurrentie ondergeschikt gemaakt aan op de reiziger gerichte samenwerking. Liefst vrijwillig, uit welbegrepen eigen belang. Maar zo nodig opgelegd, als partijen er niet uit komen of er te lang over doen om aan de maatschappelijke vraag naar ketensamenwerking te voldoen.

Ook in het kader van de Lange Termijn Spooragenda (LTSa) betere samenwerking binnen de spoorsector nu aan de orde. Daarbij gaat het met name om de samenwerking tussen NS en ProRail. Het is interessant om nieuwe voorstellen en arrangementen vooral te beoordelen op hun bijdrage aan versterking van de ‘deur-tot-deur’-propositie van het OV.

De afstemming van het spoor op de rest van het OV heeft betrekking op drie niveaus.[2] Voor de lange termijn betreft het afstemming in investeringen, onder andere bij de stations als overstappunten. Gemeenten spelen hier ook een rol in. Op de middellange termijn gaat het om de afstemming van OV-producten en tarieven en toegang tot voorzieningen als stations. Blijkens een recent ACM-onderzoek zijn daar nog steeds veel problemen mee.[3] Op de korte termijn moeten met name de aansluitingen in de dienstregeling en de reisinformatie geregeld worden.

Alle voorstellen die op tafel worden gelegd kunnen concreet worden getoetst op de bijdrage aan de versterking van de OV-keten. Bijvoorbeeld aan de hand van enkele pilots in het kader van Samen op Reis. De organisatie van de spoorsector kan uiteindelijk niet los worden gezien van de inrichting van de OV-keten als geheel en als bijdrage aan de noodzaak om reizigers van deur tot deur snelle en comfortabele keuzes te bieden.

Maarten Veraart en Walter Etty


[1] Zie het manifest Samen op reis, OpStap naar een beter OV, 14 maart 2013, www.rover.nl/reizen-met-ov/samen-op-reis

[2] Zie voor een toelichting op de verschillende coördinatieniveaus: Didier van de Velde, Splitsing, concurrentie en coördinatie, www.platform9driekwart.nl

[3] ACM, Quick scan personenvervoer per spoor 2013, Den Haag, 2013

2 Thoughts on “‘Van deur tot deur’ als toetssteen voor samenwerking in de spoorsector

  1. Fred Stobbe on January 17, 2014 at 10:45 am said:

    Helder verhaal wat ik helemaal kan onderschrijven.
    Wat ik een beetje mis is een plan B met een scenario waarin de centrale overheid de regie (in het geheel of op een aantal issues) overneemt als samenwerken daar waar het echt moet tussen alle partijen niet lukt. Spreek van te voren af wanneer dat moment daar is. Dus duidelijk afbakenen tot welk moment de partijen het zelf mogen organiseren, alvorens de centrale overheid gaat ingrijpen. Deze tijd gebruikt de centrale overheid om zelf een PVA te maken hoe ze het gaan uitvoeren ingeval van in gebreke blijven van partijen.

  2. Elies Steyger on January 20, 2014 at 1:09 pm said:

    Is het niet een beetje verbazingwekkend dat eerst van de markt alles verwacht werd en er nu teruggegrepen gaat worden naar een bestuurlijke structuur met `doorzettingsmacht’. Zou het kunnen zijn dat de markt in het openbaar vervoer dus gewoon niet werkt?
    Met kan zich ook afvragen of dit juridisch allemaal wel haalbaar is, bijvoorbeeld in het licht van het aanbestedings- en mededingingsrecht. Een goede toets lijkt mij onontbeerlijk.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Post Navigation